|
►
Onze 98 026 werd in 1929 door de Waggon- und Maschinenbau AG
Görlitz (WUMAG) gebouwd en in 1930 aan de Kleinbahn
Freienwalde-Zehden (KFZ) als personenrijtuig 3e klas afgeleverd.
Het type sluit aan op de constructie van de tweeassige
doorgangs-wagen voor lokaalspoorlijnen van de Deutsche Reichsbahn
Gesellschaft (DRG) volgens de modeltekening Ci- 25. Enige
bouwgroepen, zoals bijvoorbeeld de ramen, werden echter volgens
de productieprincipes uit 1929 gecon-strueerd. Met betrekking tot
de verwarming week het rijtuig af van de bouwwijze van de
Reichsbahn, want het rijtuig werd voorzien van een
warmwatercirculatieverwarming met ovenverwarming. Hiertoe werd
bezuinigd op de driezitsbank tegenover het abort en op deze plek
wird de oven voor de verwarmingsinstallatie geplaatst. Ook werd
de lichtinstallatie niet via een eigen generator verzorgd, maar
zoals gebruikelijk bij de KFZ via een toevoer vanuit het
bagagerijtuig. Uiterst pregnant zijn ook de luchtverversers van
het type Flettner en de watertankopbouw op het rijtuigdak.
Opmerkelijk is ook, dat het door een lokaalspoor besteld 3e klas
rijtuig, over een toiletspoelsysteem en een wastafel met
stromend water beschikte. Bij vergelijkbare tweeassige
personenrijtuigen van de DRG was dit niet gebruikelijk! Als
gevolg van de gevechtshandelingen in de Tweede Wereldoorlog aan
de Oder kwam het rijtuig in het voorjaar 1945 met de
ontruimingstreinen naar het westen en werd na het einde van de
oorlog aangetroffen bij de Südstormarschen Kreisbahn in Glinde.
Na de stillegging van de Südstormarschen Kreisbahn in de zomer
van 1952 werd het rijtuig verkocht aan de Kleinbahn
Weidenau-Deuz (KWD) en toegevoegd aan het bestand
met het bedrijfsnummer 3. Aan het eind van de jaren 50 werd het
rijtuig naar de smaak van dietijd gemoderniseerd. Het houten
plafond werd voorzien van een kunststofbekleding en de wanden
van de halve coupés werden verwijderd. In deze bouwstaat werd
het rijtuig door de KWD ingezet tot het eind van het
perso-nenverkeer volgens de dienstregeling op 25 mei 1968. Na
beëindiging van het personenverkeer diende het rijtuig, van het
interieur in de nietroker-coupé en de verwar-mingsinstallatie
beroofd, nog als bagage- respectievelijk bouwtreinrijtuig bij de
KWD. In de zomer van 1980 werd het rijtuig aan de Dampfeisenbahn
Weserbergland e.V. (DEW) in Rinteln verkocht. In Rinteln kreeg
de nietroker-coupé weer zitbanken, die echter niet meer in
overeenstemming waren met de originele versie. Eveneens werden
de ramen vernieuwd, de waterreservoiropbouw ver-wijderd en het
houten rijtuigdak voorzien van een nieuwe kap. Het rijtuig werd
daarna door de DEW van 1982 tot 2000 met nummer 25 ingezet in
het museum-treinbedrijf op haar vaste traject
Rinteln-Stadthagen. Vanwege het gewijzigde aanbod bij de DEW
stond het rijtuig begin 2001 te koop en kon op 29 juni 2001 door
de Eisenbahn-Tradition e.V. worden overgenomen. Na de revisie
van de wagenbak en het chassis in de herfst / winter van 2001 /
2002 werd het rijtuig de eerste keer volgens de dienstregeling
ingezet in de „Teuto-Express“ op Hemelvaartsdag 2002 tussen
Bielefeld en Halle in Westfalen. Ten behoeve van de komende
winterritten 2002 werd er een nieuwe
warmwatercirculatieverwarming ingebouwd en de rook-coupé
geschilderd met bierlazuurverf. In de zomer 2004 is de
restauratie van de nietroker-coupé met de oorspronk-elijke
inrichting met houten banken en halfhoge coupétussenwanden
gepland. Verdere restauratie-werkzaamheden omvatten dan het
toilet en de waterreservoiropbouw op het dak.
Geslacht: ....................................
Ci-25
Fabrikant:
.................................. WUMAG
Bouwjaar:
.................................. 1929
Lengte over de
buffers ........... 12.300 mm
Gewicht: ....................................
16,0 t
Rem:
.......................................... kbr
Maximumsnelheid:
................ 90 km/h
Zitplaatsen:
.............................. 3e klas: 48

|