|
►
De ketelwagentrein voor brandbare vloeistoffen werd in 1944 door
de firma Schrage uit Hannover gebouwd en aan de Ölwerke Julius
Schindler GmbH in Hamburg geleverd. Het gelaste reservoir
bestaat uit drie compartimenten. Ieder compartiment heeft boven
op de ketel een klapdekseldom, een overdrukveiligheidsventiel
met gasklepbuis en een met een kap afgedekt handwiel voor het
aflaatventiel. Onder de ketelbodem bevindt zich voor ieder
compartiment een aflaatventiel, waarvan ontluchtingspijpen naar
iedere wagenkant worden geleid, waar aftapkranen met
beschermings-kappen als afsluiter fungeren.
Door de Firma Julius Schindler Ölwerke wisselde de wagen naar
BP-Oil Deutschland GmbH. In 1993 werd deze wagen met het
toenmalige bedrijfsnummer 2380 708 4211-3 P niet verder gebruikt
en wij kregen de wagen als geschenk. Sinds de revisie van de
wagen in 1996 gebruikten wij de wagen in eerste instantie voor
historische fotogoederentreinen. Met het inzetten van de
stoomlocomotief 24 009 vanaf mei 2004 besloten wij de loc als
waterwagen te gebruiken om de actieradius van de locomotieven te
vergroten. Ketelwagens in personenrijtuigen hebben in ieder
geval een historisch voorbeeld. Zo werden bijvoorbeeld door de
Molkerei „Moha“ in Frankfurt am Main, melkketelwagens uit
landelijke regio’s van Hessen ingezet naar hun melkfabriek in
Frankfurt. De melkketelwagens werden door D-treinen, sneltreinen
en personenrijtuigen vervoerd. In 1968 werd dit vervoer gestopt.
Fabrikant:
.................................. Schrage,
Hannover
Bouwjaar:
.................................. 1944
Lengte over de
buffers ........... 8.800 mm
Gewicht: ....................................
14,3 t
Rem:
.......................................... Hik G
Maximumsnelheid:
................ 90 km/h

|